Publicaties II

FISCOTIPS GESCHREVEN DOOR mr. Marco F.J. van der Wereld LL.M.                                                  

 

FISCOTIP 16 mei 2019

Lijfrentepolis inzetten bij echtscheiding

Bij echtscheiding komt de vraag op wat te doen met de aanwezige lijfrentepolissen. Deze lijfrentepolissen kunnen bij u in box 1 of box 3 zitten. Met verdelen, verrekenen of afkopen kunnen er met de polis fiscale voordelen behaald worden.

Aanverwante documenten

https://ondernemingsdatabank.indicator.nl/images/ico/view_url.gif Besluit van Financiën, 13 juni 2012, nr. BLKB2012/283M [Weblink]
Besluit van Financiën, 13 juni 2012, nr. BLKB2012/283M

Box 1 of box 3? Bij een box 1-lijfrente kon u in het verleden premies aftrekken van uw belastbaar inkomen. De uitkeringen zijn belast in box 1. De box 3-lijfrente is een nettolijfrente (premies niet aftrekbaar en uitkeringen niet belast) waarmee sinds 2015 een pensioentekort bij hogere salarissen aangevuld kan worden.

Lijfrentepolis verrekenen

Als u getrouwd bent in gemeenschap van goederen en u spreekt in het kader van de echtscheiding af dat de box 1-lijfrentepolis bij u blijft, dan wordt uw ex-echtgenoot belast in box 1 voor de waarde van de lijfrentepolis(sen) waarvoor hij is gecompenseerd in de vermogenssfeer (belaste afkoop), terwijl u een aftrekbare afkoopsom kunt opvoeren in box 1. Dit effect kunt u in onderling overleg voorkomen door in het jaar van echtscheiding in de belastingaangifte te kiezen voor zogeheten ‘voljaarspartnerschap’, zodat u uw aftrekpost kunt wegzetten tegen de afkoop bij uw ex-echtgenoot. Let op.Houd bij de compensatie wel rekening met een belastinglatentie.

Lijfrentepolis verdelen of splitsen

In het kader van de verdeling bij echtscheiding kunt u ervoor kiezen om de lijfrentepolis op te knippen in een nader door u beiden te bepalen verhouding. Voor deze fiscaal geruisloze toerekening volstaat een verzoek aan de verzekeringsmaatschappij. Deze opsplitsing leidt niet tot directe belastingheffing in box 1 en revisierente blijft achterwege (besluit, nr. BLKB2012/283M) .

Belastingvoordeel behalen. Beschikt u over een box 1-lijfrentepolis die bij u gaat uitkeren tegen het hoogste IB-tarief terwijl het tarief van uw aanstaande ex-echtgenoot een stuk lager ligt, dan kunt u overwegen om deze polis(sen) op naam van uw partner te zetten. Dat kan fiscaal geruisloos door tijdig in de aangifte inkomstenbelasting te kiezen voor voljaarspartnerschap.

Lijfrentepolis als afkoop alimentatie

Na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking komt er een afkoopsom alimentatie als persoonsgebonden aftrek in mindering op uw inkomen.

Afkoop box 1-lijfrente. Stel, u heeft in het verleden in box 1 € 75.000 aan lijfrentepremies in aftrek gebracht. De waarde van deze polis bedraagt nu € 125.000. U kunt dan direct € 50.000 in box 1 aftrekken door de polis als afkoop van alimentatie op naam van uw ex-echtgenoot te zetten, mits deze binnenlands belastingplichtige is.

Afkoop box 3-lijfrente. Beschikt u over een nettolijfrente in box 3, dan heeft u geluk. Met dit soort polissen kunt u namelijk op een profijtelijke manier uw alimentatie afkopen. De wet biedt op dit moment de mogelijkheid om de waarde van de polis bij u als alimentatieplichtige als afkoop alimentatie af te trekken in box 1, terwijl uw ex-echtgenoot de poliswaarde niet in box 1 als inkomen hoeft op te geven. Bovendien hoeft uw ex ook de toekomstige uitkeringen niet aan te geven in box 1 nu de polis ook voor uw ex een box 3-polis blijft. Dit ‘heffingslek’ is nog niet gerepareerd.

Tariefmaatregel. Houd in uw achterhoofd dat afkoop van alimentatie in de vorm van een lijfrente in de toekomst een optie is om aftrek tegen het hoogste tarief te borgen, nu voor reguliere alimentatie een steeds lager aftrektarief gaat gelden.

Bij echtscheiding kan er slim worden geschoven met lijfrentepolissen omdat wettelijke sancties (belastingheffing en revisierente) niet van toepassing zijn en directe belastingheffing in onderling overleg tijdig kan worden geneutraliseerd.

 

 

 

 

FISCOTIP 19 april 2019

Leuke dingen doen met banksparen

Nu pensioen bij de eigen BV voor u als directeur-grootaandeelhouder (dga) inmiddels einde oefening is, moet u op zoek naar andere regelingen om belasting te besparen binnen de familie. Wat te denken van een bancaire lijfrente?

Een bankspaarpot voor later creëren

Via een lijfrenterekening. Banksparen kan via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening. Tip. Het voordeel ten opzichte van een lijfrenteverzekering is dat bij overlijden de bankspaarpot volledig beschikbaar is voor de erfgenamen. Afhankelijk van de rentevastperiode kunt u momenteel ongeveer tussen de 0,70% (bij vijf jaar vast) en 1,2% (tien jaar vast) aan rentevergoeding krijgen. Voordeel van banksparen is dat het saldo niet hoeft te worden opgegeven in box 3. Verder blijft banksparen in de toekomst tegen het hoogste tarief in box 1 aftrekbaar.

Belasting besparen binnen de familie. De besparingsoptie binnen de familie laat zich het beste - sterk gesimplificeerd - als volgt uitleggen. Stel dat u als dga over de top van uw inkomen 51,75% belasting betaalt. Stel dat uw kinderen tegen 20% erfbelasting aanlopen bij uw overlijden en in box 1 maximaal 38,10% belasting betalen. De hiernavolgende vergelijking kan dan worden gemaakt.

Dga doet niets. Als u niets doet en er € 100 uit uw vermogen naar uw kinderen vererft, houden ze daar netto € 80 van over (20% erfbelasting).

Banksparen. Stort u € 100 op een bankspaarrekening, dan krijgt u vanwege de aftrek in box 1 daarvan € 51,75 terug van de fiscus, zodat er bij u € 151,75 aan vermogen beschikbaar is. Van dit vermogen wordt na uw overlijden bij uw kinderen € 100 belast in box 1 tegen 38,10% en € 51,75 met erfbelasting (20%), zodat uw kinderen daarvan circa € 104 overhouden. Dat is netto € 24 meer dan wanneer de € 100 gewoon zou zijn vererfd. Als bij € 100 het nettovoordeel € 24 is, is dat € 24.000 als er € 100.000 is gestort in een ‘bankspaarpot’.

Box 3-besparing. Dit nettovoordeel is zelfs nog groter door de jaarlijkse extra box-3-besparing. Die bedraagt ten minste 1,34% van het saldo in de bankspaarpot als het overige vermogen in box 3 minimaal € 71.650 is (bij partners € 143.300).

Op- en afbouwen bankspaarpot

Premieaftrek. De hoogte van de jaarpremie voor banksparen wordt berekend volgens de formule 13,3% x (salaris -/- € 12.275). Bij een salaris van € 85.000 kan er bijna € 10.000 per jaar worden ingelegd. Omdat dga’s geen pensioen meer opbouwen, komen ze bovendien nog in aanmerking voor extra ‘inhaalaftrek’. De bankspaarpot moet in beginsel in minimaal 20 jaar worden uitgekeerd.

Flexibiliteit inbouwen. Om flexibel te blijven zou u ernaar kunnen streven om circa € 100.000 in een bankspaarpot te stoppen. Het voordeel daarvan is dat u er bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd voor kunt kiezen om de bankspaarpot in vijf jaar leeg te trekken of daarmee nog vijf jaar te wachten. Op deze manier kunt u maximaal € 21.741 per jaar uit de bankspaarpot halen, vaak tegen een veel lager tarief dan 51,75%.

Testament op tijd aanpassen

Legaat opnemen. Als u de bankspaarpot terecht wilt laten komen bij uw kinderen (of andere erfgenamen) die maximaal 38,10% belasting in box 1 betalen, is het aan te raden om dat tijdig testamentair te regelen. Let op. Het hangt uiteraard van de gezinssamenstelling af. Het bankspaarsaldo kan in de vorm van een legaat toegedeeld worden aan met name genoemde kinderen of andere natuurlijke personen.

Met banksparen kan er binnen de familie belasting worden bespaard als de erfgenamen niet allemaal in het hoogste box 1-tarief zitten. Pas wel tijdig uw testament aan, omdat anders de bankspaarpot bij overlijden niet fiscaal voordelig kan worden verdeeld.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FISCOTIP 21 SEPTEMBER 2018


Vermogen slim verpakken en daarna overhevelen

Als u geld nalaat of schenkt aan uw kinderen, bedraagt de belastingdruk (afgezien van vrijstellingen) 10 tot 20%. Voor andere begunstigden kan deze oplopen van 18 naar 40%. Wat kunt u doen om deze belastingdruk een stuk te matigen?

Lijfrentegift of lijfrentelegaat

Geen som geld, maar een lijfrente. Door in plaats van geld aan iemand een recht op een periodieke uitkering (welk recht bij overlijden vervalt) te geven, kan handig gebruik worden gemaakt van voordelige fiscale waarderingsnomen.

Voorbeeld.Stel, u wilt uw broer (52 jaar) € 75.000,- schenken. Rechttoe rechtaan kost dat hem circa € 22.000,- belasting, waardoor hij netto circa € 53.000,- overhoudt.

Levenslange lijfrente-uitkering. Als u hem daarentegen een levenslange lijfrente-uitkering toezegt van € 2.500,- per jaar en hem tevens het recht op overdracht en afkoop geeft, wordt de rekensom anders. De belaste waarde van deze lijfrente bij de toezegging bedraagt dan € 30.000,- (factor 12 x € 2.500,-). Daarover is uw broer op dat moment circa € 9.000,- belasting verschuldigd.

Afstorten bij verzekeraar. Zodra uw broer bij het ingaan van de lijfrente u vervolgens verplicht om het lijfrentekapitaal af te storten bij een verzekeringsmaatschappij (waaronder een stichting), komt een bedrag van circa € 75.000,- (globale indicatie) op zijn naam in de lijfrentepolis terecht. Op basis van de huidige lage rentetarieven ligt deze € 75.000,- aanzienlijk boven de fiscale waardering van € 30.000,-. Dat komt doordat in de markt een veel lagere rekenrente wordt gehanteerd dan de rente waarmee de fiscale wetgever rekent (grofweg 1% tegenover 6%).

Polis afkopen. Zou uw broer de polis vervolgens afkopen bij de verzekeraar, dan houdt hij na betaling van belasting € 66.000,- (€ 75.000,- -/- € 9.000,-) over. Dat is € 13.000,- meer dan wanneer u hem het geld rechttoe rechtaan had gegeven. Let op 1. Het is overigens raadzaam om enige tijd te laten zitten tussen de overdracht en de afkoop van de lijfrente bij de verzekeraar om het realiteitsgehalte te onderstrepen. Let op 2.Verder moet er nog rekening worden gehouden met kosten die de verzekeraar zal willen berekenen en met de

renteontwikkeling. Tip. Bovendien hoeft uw broer de lijfrente in box 3 niet tegen de commerciële waarde aan te geven, wat ook een voordeel is. De vermogenssprong ontstaat pas na afkoop in box 3.

Vruchtgebruik van een geldsom

Goed doel. Stel, u wilt uw neef (59 jaar) een bedrag nalaten van € 100.000,-. Als u verder niets regelt, betaalt uw neef daarover € 29.356,- erfbelasting. Bepaalt u daarentegen in uw testament dat uw neef het bedrag renteloos schuldig moet erkennen aan een ANBI, opeisbaar bij zijn overlijden, dan betaalt uw neef over een veel lagere grondslag erfbelasting, namelijk over € 66.000,- (€ 100.000,- x 6% x factor 11). Hij betaalt dan slechts € 19.156,-,

waardoor hij circa € 10.000,- aan erfbelasting bespaart. Let op. Consequentie is wel dat bij het overlijden van uw neef de schuld aan de ANBI door zijn erfgenamen voldaan moet worden, mits uw neef voldoende vermogen nalaat.

Ook voor kinderen

In de voorbeelden is uitgegaan van begunstigden die in het derde tarief zitten, waardoor de besparingen meer tot de verbeelding spreken. Ook bij vermogensoverheveling aan uw kinderen kan er echter gebruik worden gemaakt van de genoemde suggesties en dan met name de lijfrente.

Door vermogensoverheveling op een slimme manier anders in te kleden, bijvoorbeeld als schenking van een lijfrente, kan er gebruik worden gemaakt van specifieke waarderingsnomen in de Successiewet zodat er belasting bespaard kan worden. 

 

 

 

 

 

 

 

 

FISCOTIP 31 MEI 2018

Handig splitsen BV-kapitaal bij echtscheiding

De aandelen in de eigen BV vormen meestal de grootste vermogensbestanddelen waar aanstaande ex-echtgenoten mee moeten ‘dealen’ zodra ze uit elkaar gaan. Eerst flexibel voorsorteren is dan wel zo fijn.

Aanverwante documenten

Besluit van de staatssecretaris van Financiën, 09.03.2018, nr. 2018-27139 [Besluit] Besluit van de staatssecretaris van Financiën, 09.03.2018, nr. 2018-27139

Aandelenkapitaal verdelen

Aandelen zitten in de gemeenschap. Bij ontbinding van het huwelijk gaan alle aandelen in de regel naar de directeur-grootaandeelhouder (DGA). Zijn niet-voortzettende echtgenoot krijgt dan een vordering op de DGA vanwege ‘onderbedeling’. Deze manier van verdelen kan fiscaal geruisloos plaatsvinden.

Uitkoop ex financieren. Toch kunnen er financieringsproblemen ontstaan als het huwelijkse vermogen in de BV zit en de DGA bij de boedelverdeling wordt verplicht om zijn ex uit te kopen.

o In dat geval wordt de DGA min of meer gedwongen om de BV geforceerd dividend te laten uitkeren, waarover hij direct 25% belasting (box 2) moet betalen.

o Of de DGA moet gaan lenen bij zijn BV waardoor gedoe kan ontstaan met het betalen van de (juiste) zakelijke rente.

BV-vermogen opsplitsen

Beleggingsvermogen afsplitsen. Een methode om geforceerde belastingheffing bij een boedelscheiding te voorkomen, is een juridische splitsing met het oog op die boedelverdeling. Hierbij blijft de materiële onderneming achter in de bestaande BV en worden de beleggingen overgeheveld naar een aparte beleggings-BV.

Voorbeeld.Stel dat het vermogen van de BV € 1 miljoen bedraagt, waarvan € 400.000,- beleggingsvermogen en € 600.000,- ondernemingsvermogen. Dan kan de beleggingsportefeuille van € 400.000,- door middel van een juridische splitsing worden overgeheveld naar een nieuwe BV.

Fiscaal geruisloos. Op basis van een recent besluit van de staatssecretaris (nr. 2018-27139) kan een juridische splitsing in het zicht van de verdeling van een huwelijksgemeenschap bij een echtscheiding in principe fiscaal geruisloos plaatsvinden. De aandelen in de bestaande BV (met daarin de onderneming) kunnen dan op naam worden gezet van de DGA en de aandelen in de beleggings-BV op naam van zijn echtgenoot.

Hierdoor wordt de onderbedelingsproblematiek een heel stuk gematigd voor de DGA. Zonder splitsing moet de DGA zijn ‘onderbedeelde’ aanstaande ex-echtgenote namelijk voor € 500.000,- financieren, terwijl na de splitsing de onderbedelingsvordering nog ‘maar’ € 100.000,- bedraagt.

Tijdig voorsorteren

De splitsingsfaciliteit geldt niet voor kenbare geconstrueerde kortstondige situaties. Even snel het huwelijksbootje in en uit is er dus niet bij. Bij een wat langere aanloop kan beleggingsvermogen wel fiscaalvriendelijk worden afgesplitst.

Voordeel van een eigen beleggings-BV

Aankoop woning. De echtgenoot die een beleggings-BV ‘meekrijgt’ uit de echtscheiding, heeft de mogelijkheid om een nieuwe eigen woning al dan niet geheel te financieren vanuit de eigen BV. Hij kan dan de rente gewoon in box 1 aftrekken. Een aanvullende hypotheek van de bank, indien nodig, wordt dan ook een stuk makkelijker.

Lenen van de BV. Tevens heeft deze echtgenoot, als zijn beleggingsprofiel het toestaat, de mogelijkheid om te lenen van de BV tegen een betrekkelijk lage rente en te gaan beleggen in box 3.

De aandelen in de BV gaan bij echtscheiding in de regel naar een van beide partners. Door het BV-vermogen eerst te splitsen, ontstaat er meer flexibiliteit en minder gedoe bij de latere boedelverdeling. De staatssecretaris heeft onlangs goedgekeurd dat deze splitsing fiscaal geruisloos kan plaatsvinden.